In het gesprek met Joost Geutjes wordt duurzaamheid heel tastbaar. Niet als beleidsstuk of doelstelling, maar als iets wat dagelijks zichtbaar is in planten, bodem, insecten en het onderhoud van de buitenruimte. Na bijna 28 jaar bij De Enk kijkt Joost met een scherpe en betrokken blik naar hoe natuur verandert, en welke rol groenbeheer daarin kan spelen.
Volgens Joost is klimaatverandering en biodiversiteitsverlies geen abstract begrip meer. Hij ziet het letterlijk gebeuren in zijn dagelijkse werk. Waar vroeger bloeiende struiken vol zaten met bijen en insecten, ervaart hij nu steeds vaker stilte.
Voor hem is dat een van de meest confronterende veranderingen van de afgelopen jaren. Als voormalig imker kijkt hij met extra aandacht naar insectenpopulaties en merkt hij hoe sterk die achteruitgaan. Niet alleen bovengronds, maar ook in de bodem ziet hij minder leven terug. Wormen, insecten en bodemorganismen die vroeger vanzelfsprekend waren, verdwijnen steeds vaker uit het straatbeeld.
Die observaties beïnvloeden ook zijn werk. Volgens Joost vraagt de veranderende leefomgeving om andere keuzes in groenbeheer en beplanting.
Joost vertelt hoe hij steeds bewuster kijkt naar de relatie tussen onderhoud en biodiversiteit. Waar groen vroeger vaak strak en volledig “schoon” moest zijn, probeert hij nu juist ruimte te geven aan planten en bloemen die waarde hebben voor insecten en bodemleven.
Een belangrijk voorbeeld is maaien en snoeien. Sommige beplanting werd traditioneel meerdere keren per jaar strak teruggesnoeid, waardoor planten nauwelijks konden bloeien. Daarmee verdwijnt ook voedsel voor insecten. Door anders te snoeien en sommige planten langer te laten staan, ontstaat volgens hem meer ruimte voor biodiversiteit én beleving.
Hij benadrukt daarbij dat de natuur geen kale grond wil. Zodra grond open en leeg blijft, probeert de natuur die vanzelf weer te bedekken. Volgens Joost ligt daar juist een kans: niet alles hoeft strak en volledig opgeruimd te zijn om goed beheerd te worden.
Binnen zijn projecten zoekt Joost actief naar manieren om biodiversiteit te versterken. Daarbij experimenteert hij veel in de praktijk. Zo verzamelt hij zelf zaden van planten die goed blijken te werken in bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld op droge of arme grond. Met die zaden worden nieuwe bloemrijke plekken gecreëerd die beter passen bij het veranderende klimaat.
Een voorbeeld hiervan is een project waar traditionele beplanting steeds uitviel door hitte en droogte. Door zelf verzamelde bloemenmengsels en natuurlijke soorten toe te passen, ontstond uiteindelijk een bloemrijke omgeving die veel beter functioneert. Volgens Joost laat dit zien dat biodiversiteit niet alleen ecologische waarde heeft, maar ook kan zorgen voor sterkere en toekomstbestendigere beplanting.
Daarnaast test hij op kleine schaal hoe insecten reageren op verschillende schuilplekken, materialen en soorten beplanting. Door bijvoorbeeld hout, dakpannen of omgekeerde bloempotten op strategische plekken te plaatsen, onderzoekt hij welke omstandigheden bijdragen aan meer leven in de buitenruimte.
Een belangrijk inzicht uit het gesprek is dat biodiversiteit volgens Joost nooit een standaardoplossing is. Elke locatie vraagt om andere keuzes.
Hij geeft als voorbeeld dat insectenhotels vaak overal hetzelfde worden toegepast, terwijl verschillende regio’s en soorten juist andere behoeften hebben. Volgens hem moet biodiversiteit veel meer worden afgestemd op lokale omstandigheden, aanwezige soorten en natuurlijke omgeving.
Daarbij kijkt hij niet alleen naar planten, maar ook naar zaken als water, schuilplekken, voedsel en bodemkwaliteit. Juist die combinatie bepaalt volgens hem of een gebied echt biodivers kan functioneren.
Tegelijkertijd erkent Joost dat biodiversiteit in de praktijk altijd moet samengaan met uitvoerbaarheid en onderhoud. Als commerciële organisatie moet De Enk ook rekening houden met efficiëntie, kosten en verwachtingen van opdrachtgevers.
Volgens hem zit de uitdaging daarom in het vinden van een goede middenweg: meer ruimte geven aan natuur, zonder dat projecten onwerkbaar of onbetaalbaar worden. Hij ziet daarin juist kansen, omdat goed gekozen beplanting uiteindelijk ook onderhoud kan verminderen door kale grond en ongewenste groei te beperken.
Joost merkt dat niet iedere opdrachtgever dezelfde visie heeft op groenbeheer. Sommige opdrachtgevers willen nog steeds vooral strak onderhouden buitenruimtes, terwijl anderen juist meer openstaan voor natuurlijke inrichting en biodiversiteit.
Volgens hem ligt de sleutel in communicatie en uitleg. Door opdrachtgevers en bewoners mee te nemen in het verhaal achter bepaalde keuzes ontstaat vaak meer begrip voor een minder strak, maar (bio)diverser straatbeeld. Daarbij benadrukt hij dat verandering tijd kosten dat niet iedereen direct overtuigd zal zijn.
Wat Joost waardeert binnen De Enk is de ruimte die hij krijgt om te experimenteren en initiatief te nemen. Hij ervaart veel vrijheid in de manier waarop hij zijn projecten organiseert en onderhoud uitvoert.
Daarnaast ziet hij dat De Enk steeds bewuster nadenkt over toekomstbestendige beplanting en biodiversiteit. Volgens hem is de organisatie zichtbaar aan het veranderen: er wordt meer gekeken naar ecologische waarde, klimaatbestendigheid en natuurlijke materialen.
Tegelijkertijd benadrukt hij hoe belangrijk het is om kennis vanuit de praktijk mee te nemen in ontwerp- en besluitvorming. Juist medewerkers buiten zien volgens hem dagelijks wat werkt, wat niet werkt en hoe natuur zich ontwikkelt.
De rode draad is verwondering voor natuur. Joost hoopt dat collega’s, opdrachtgevers en bewoners anders leren kijken naar groen. Niet alleen vanuit onderhoud of netheid, maar vanuit beleving, biodiversiteit en aandacht voor wat leeft.
Zijn boodschap is simpel maar krachtig: kijk beter, luister meer en neem de tijd om natuur echt waar te nemen. Volgens hem begint verandering bij bewustwording.
Volgens Joost heeft De Enk de kans om zich verder te onderscheiden door biodiversiteit nadrukkelijker onderdeel te maken van ontwerp, onderhoud en samenwerking met opdrachtgevers. Niet door alles radicaal anders te doen, maar door stap voor stap meer ruimte te geven aan natuurlijke processen en toekomstbestendige keuzes.
Daarmee kan De Enk volgens hem niet alleen bijdragen aan biodiversiteit, maar ook vooroplopen in een veranderend vakgebied waarin duurzaamheid en leefomgeving steeds belangrijker worden.